Hoe werkt de ontsteking aan de benzinemotor?

Bij benzinemotoren wordt, anders dan bij dieselmotoren, een compressieverhouding gebruikt (14:1) waarbij het brandstof-luchtmengsel niet spontaan ontbrandt; er is een ontsteking noodzakelijk om het mengsel te laten ontbranden. Dat gebeurt met een bougie. Door de hoge spanning (tot 36.000 Volt) springt een vonk van de centrale-elektrode naar de massa-elektrode en ontsteekt daarmee samengeperste mengsel in de cilinder. De stroomverdeler (met bougiekabels) zorgt voor de stroomvoorziening aan de afzonderlijke bougies/cilinders. Deze verdeling wordt indirect aangedreven door de nokkenas en loopt daarmee synchroon. De bobine produceert de overeenkomstige puls met hoge spanning. Tegenwoordig is iedere bougie voorzien van een ‘eigen’ bobine. Dat maakt de verdeler overbodig.